Padel is inmiddels geen niche meer. Uit onderzoek van de KNLTB en EY blijkt dat in 2025 zo'n 876.000 Nederlanders minstens één keer padel speelden. Ruim 424.000 van hen doen dat maandelijks. Het totale aantal banen steeg naar 3.523, verdeeld over 780 locaties, gemiddeld 4,5 banen per locatie.
Die schaal is nieuw. Vijf jaar geleden was padel nog een sport met een handvol locaties en een overwegend mannelijk, stedelijk publiek. Nu is het een brede volkssport aan het worden, met spelers van alle leeftijden en niveaus.
Wie zijn die spelers?
Het onderzoek maakt een interessant onderscheid in spelersgedrag. Ongeveer 60 procent van de padelspelers speelt minder dan vijf keer per jaar. Ze pakken occasioneel een racket op, maar zijn geen structurele clubleden. De andere 40 procent speelt regelmatig en heeft een duidelijk competitieve of sociale behoefte.
Binnen die laatste groep is de wedstrijdsport hard gegroeid. In drie jaar tijd is het aantal wedstrijdspelers bijna verdrievoudigd naar 91.196. Dat zijn spelers die actief deelnemen aan competities, ranglijsten bijhouden en serieus bezig zijn met hun niveau. Er waren in 2025 meer dan 18.000 competitieteams actief.
